Bisschop in Myra
11 10 09 - 00:13
Icoon uit de Sint-Nicolaasbasiliek van Myra, dat volgens sommigen de heilige voorstelt.
Maar klopt dit wel? Er is eigenlijk niets bekend over de werkelijke Nicolaas. Zijn cultus begon zich pas te verspreiden vanaf de zesde eeuw, in de tijd van de Byzantijnse keizer Justinianus. Toch is er een complete biografie over hem ontwikkeld, waarin legendarische vertellingen worden afgewisseld met historisch ogende informatie. De legendes plaatsen hem in de tijd van Constantijn, tegen allerlei bekende historische gebeurtenissen in Lykië en Myra. Nicolaas zou in het jaar 270 zijn geboren in Patara, eveneens een plaats aan de zuidkust, westelijk van Myra. Hij werd de bisschop van Myra, en in deze stad zou hij zijn overleden. Myra was een stad in het huidige Turkije, in het zuiden van het Klein-Aziatisch schiereiland aan de Middellandse Zee. De tegenwoordige naam is Demre, een verbastering van Myra. De stad was een belangrijke plaats in Lykia, een gebied dat inmiddels een provincie was van het Romeinse rijk. Er worden meerdere sterfjaren vermeld, waaronder 325 en 342. De datum waarop hij overleed was 6 december, de dag waarop in het tegenwoordige feest zijn verjaardag wordt gevierd.
Sint-Nicolaaslegenden en vita's
In de legendes smolten de verhalen over twee verschillende figuren met de naam Nikolaos samen. De ene was Nikolaos van Myra, de ander was een abd van Sion met dezelfde naam, Nicolaas van Lido, de bisschop van Pinora of Pinara, die leefde van 480 to 556. Ook hij was afkomstig uit Lykië. Op 10 december 564 overleed hij in deze provincie. Hun geschiedenissen verweefden zich met elkaar tot de legendarische wonderdoener, die sinds de zevende eeuw in de Griekse kerk werd vereerd. Zo zijn er biografieën die vermelden dat de ouders van Nicolaas Epiphanius en Nonna of Theophanes en Johanna heetten, maar dat waren de ouders van Nicolaas van Pinara.
In een latere tijd trad ook verwarring op met de Nicolaas van Tolentino, een dertiende-eeuwse Italiaanse heilige.
Heiligenverhalen worden overgeleverd in vita's of hagiografieën, literaire genres met de biografieën van heiligen, gewoonlijk wonderbaarlijke en ontraceerbare verhalen met voldoende couleur locale om een bepaald historisch tijdvak te suggereren maar meestal te weinig om te begrijpen waar ze precies op terug gaan. De oudste vita's van Nicolaas van Myra dateren van 700 of nog later, afhankelijk van de datering van de tekst. Het oudst bekende heiligenleven van de bisschop was geschreven of samengesteld door de archimandriet Michaël. Dit Vita Per Michaëlem dateert van rond 700, volgens andere dateringen van de negende eeuw. Het lijkt erop dat de schrijver oudere teksten heeft bestudeerd, maar hij baseerde zich ook op orale overleveringen, die hij vernam van een monnik, volgens zijn eigen zeggen. Een ander heiligenleven is dat van Methodius, de patriarch van Constantinopel in de negende eeuw. Dit is het oudste heiligenleven, uitgaande van een andere datering. Het Vita Per Metaphrasten van Simeon Logotheta Metaphrastes dateert van de tiende eeuw. Het is een verzameling van heiligenlevens uit geschreven en orale bronnen.
Usurpatie

Constantijn ziet bij de Milvische brug het christelijke monogram aan de hemel.
Door op deze manier de geschiedenis te veranderen, werden niet-christelijke gebeurtenissen christelijk gemaakt. Een toepasselijk voorbeeld is het visioen dat Constantijn zou hebben gehad bij de Milvische brug, waar hij zijn overwinning op zijn medekeizer Maxentius behaalde. Volgens christelijke schrijvers zou hij hierbij het christelijke teken van het kruis hebben gezien, en christen zijn geworden. Maar andere schrijvers zijn hier veel minder duidelijk over. Ook de god Apollo werd genoemd als degene op wie het teken betrekking had. De schrijver Eutropius vermeldde een ander hemelteken, namelijk een komeet die aan de hemel verscheen en zo de dood van Constantijn aankondigde. Eutropius zegt niets over Constantijns christendom, maar zegt wel dat hij na zijn dood onder de goden werd opgenomen. Ook de vierde-eeuwse historicus Festus heeft het in zijn Brevarium over de 'goddelijke Constantijn'.
In het westen kregen de keizers de titel Divus na hun dood. Het was niet geaccepteerd om zich tijdens het leven al als god te laten verereren. In het oosten van het rijk lag dit anders, omdat het daar al een eeuwenlange traditie was om heersers als god te vereren. Na Constantijns dood viel hem een traditionele Romeinse consecratio ten deel. Er werden munten uitgegeven die getuigden van zijn vergoddelijking als Divus Constantius, met een gesluierde Constantijn (capite velato). Ook was op de munten de hand te zien die hem naar de hemel begeleidde. Maar ook tijdens zijn leven liet hij zich al god noemen.
Ook Constantijns zoon Constantius werd volgens Eutropius verdiend onder de goden opgenomen, en was dus zo christelijk nog niet. Zijn opvolger Julianus had dan ook in deze periode zijn latere bijnaam 'de afvallige' nog niet opgedaan, en ook hij werd vanwege zijn verdiensten na zijn dood onder de goden opgenomen. Ook Jovianus, de opvolger van Julianus en wel bekend als christelijke keizer, werd door de keizers na hem tot de goden verheven vanwege zijn 'billijkheid en liberale karakter'. De laatste divus in het oosten, Anastatius I, overleed in 518. In het westen overleed de laatste divus Libius Severus in 465.
De legendes die over Nicolaas circuleerden, plaatsten hem in de tijd van de keizer Constantijn. Op deze manier sloot deze periode beter aan bij het christendom van de zesde eeuw dan werkelijk het geval was. De tijd van Constantijn was een periode van grote omwentelingen in het Romeinse Rijk. De hoofdstad werd officieel verplaatst naar het oosten, naar Byzantium. Deze stad werd Constantinopel genoemd, naar de keizer, hoewel hij hem zelf Nova Roma noemde. De naam is tegenwoordig verbasterd tot het Turkse Istanboel.
Met de omwentelingen in Constantijns tijd gingen vele culturele veranderingen gepaard. Er kwam een nieuw muntstelsel, de Griekse taal werd belangrijker. Na een periode van burgeroorlogen had Constantijn zijn medekeizers uitgeschakeld en werd hij alleenheerser over het oostelijke en westelijke Romeinse Rijk.
Ook de godsdienst onderging een reformatie, om niet te zeer in conflict te komen met de oostelijke voorkeur. Volgens christelijke geschiedschrijvers zou Constantijn zich hebben bekeerd tot het christendom, en van deze religie de staatsgodsdienst hebben gemaakt. Het christendom zou in het oosten populairder zijn dan in Rome. Constantijns voorganger de keizer Diocletianus had geprobeerd de opstandige christenen onder controle te krijgen door onderdrukkende maatregelen en zware straffen. Ook zijn medekeizers Maximinus en Licinius probeerden het christendom met geweld de kop in te drukken. Constantijn pakte het anders aan, en kondigde geloofsvrijheid af, ook voor de christenen, wat in het Edict van Milaan uit 313 door Constantijn en zijn medekeizer Licinius zou zijn vastgelegd. De tekst van dit edict is overgeleverd door de christelijke schrijvers Lactantius en Eusebius.
Hierop inhakend vermeldt een legende hoe Nikolaas door een wonder na zijn terugkeer van een pelgrimstocht in het heilige land tot bisschop van Myra werd gekozen. Tijdens de vervolgingen van Diocletianus werd hij in een kerker gegooid. Er vonden nu afwisselend periodes plaats van godsdienstvrede, onder Valerius en Galerius, en periodes van christenvervolgingen, onder Maximinus en Licinius. Maar Constantijn I maakte een einde aan de godsdienstonderdrukking en stelde alle vervolgden in vrijheid.
In de legende hervond Nikolaas zijn vrijheid dankzij een wonderbaarlijke tussenkomst van Jezus en de Heilige Maagd in zijn kerker, maar tijdens het Concilie van Nicea verspeelde hij deze weer.
Het concilie van Nicea

Nicea. Nicolaas in een verhit debat met Arius, onder het toeziend oog van Constantijn.
Het Nicese Concilie was gewijd aan het bereiken van eenheid onder de christenen, die voortdurend met conflicten te kampen hadden, en aan de vraag naar de aard van Christus, omdat er over zijn menselijkheid of goddelijkheid inmiddels meerdere vragen waren gerezen. De stad Nikea, tegenwoordig verbasterd tot Iznik, ligt aan de Zee van Marmara.

Gevleugelde Victoria of Nike op de triomfboog van Constantijn. Ze kondigt de overwinning aan.
Net als de naam Nicea is ook de naam van Nicolaas ontleend aan de overwinning: Nico-laos betekent letterlijk overwinning van het volk. In de Romeinse cultus van het Imperium betekent dit de overwinning van het volk op de onderdrukker, in het bijzonder de koning of de tiran. Met het begin van het principaat werd het Rijk echter ondemocratischer en tirannieker dan ooit tevoren, maar toch moesten mensen verplicht de bevrijding (Libertas) eren. De vrouwelijke Victoria wordt in de zesde eeuw door de keizer Justinus veranderd in de mannelijke engel, die nu de boodschap van de overwinning brengt. Ook deze personifactie van de glorie van het Romeinse rijk wordt dus in gekerstende vorm opgenomen in het christendom.
aanwezigheidslijsten
Sinterklaas zou op het concilie van Nicea aanwezig zijn geweest. Zijn naam komt echter slechts voor op een minderheid van de overgeleverde aanwezigheidslijsten. De oorspronkelijke verslagen zijn verloren gegaan, maar in een latere tijd zijn de lijsten gereconstrueerd. De meeste van deze lijsten vermelden Nicolaas echter niet. Er bestaan diverse versies in het Latijns, Grieks, Koptisch, Syrisch, Arabisch en Armeens, die merendeels worden teruggevoerd op het Synodikon van Athanasius. Twee Griekse lijsten en een Arabische vermelden de aanwezigheid van een Nikolaus Myron, maar de meesten zwijgen over zijn bestaan. Het bewaarde Griekse manuscript van Theodorus dateert bovendien uit de 13e eeuw, wat de betrouwbaarheid niet vergroot. De naam van Nicolaas is misschien ingevoegd toen zijn populariteit niet meer weg te denken was en het ontbreken van zijn naam op de lijst sommigen opviel als een omissie.
Geloofsbelijdenis van Nicea

De heilige Nicolaas geeft Arius een klap.
Maar de heiligman kreeg in de kerker hulp van Onze Lieve Vrouwe, die tijdens het latere concilie in Ephese, in 431, tot Moeder van God zou worden uitgeroepen. De heilige moeder gaf de bisschop zijn pallium terug. Dit wonder stimuleerde het volk om de bisschop uit zijn kerker te verlossen.

Constantius met labarum wordt gekroond door Victoria.
Sinterklaas werd in deze episode voorgesteld als tegenstander van de Arianen en voorvechter van de drieëenheid. Maar ook deze speelde tijdens dit concilie nog geen rol. Het arianisme vond zelfs in deze periode ingang, en gedurende de eerste veertig jaar van het rijk hingen de keizers deze opvatting aan. Het eerste Concilie van Constantinopel in 381, belegd door de in 380 tot het christendom bekeerde Theodosius I, voegde de Heilige Geest toe aan de eenheid van vader en zoon. Pas op het Concilie van Chalchedon in 451 werd definitief de leer van de drieëenheid vastgelegd.
Projectie
De biografie van de heilige is dus pas in een latere tijd zijn ontwikkeld. Latere opvattingen over onder andere drieëenheid en arianisme en het gebruik van de mijter zijn op de tijd van Constantijn geprojecteerd. Ook de engel dateert van een latere tijd dan Constantijn. De engel kwam voort uit de zegegodin Victoria, in het Grieks Nike geheten. Nicolaas was naar haar genoemd. De gevleugelde Victoria/Nike werd met diverse attributen afgebeeld, onder andere de laurierkrans van de overwinning, die ze de zegevierende keizer opzette.

Victoria veranderde in de 6e eeuw in een mannelijke engel.

Artemis Eleuthera en Nike.
De tempel van Artemis was in het jaar 141 al een keer verwoest door een aardbeving. Een incriptie vermeldt dat de heerser Opramoas de restauratie van de tempel financierde.
Artemis droeg in Myra de bijnaam Eleutheria, wat vrijheid betekent. Het is de Griekse vorm van het Romeinse Libertas, de personificatie van de vrijheid, die net als Nike/Victoria, de overwinning, een rol speelde in de staatscultus. Op de munt uit Myra hiernaast links, die dateert van rond het begin van onze jaartelling, is aan de ene kant een gesluierde Artemis Eleuthera (Libertas) te zien, aan de andere zijde een gevleugdel Nike (Victoria), de vrijheid en de overwinning dus. Victoria heeft in haar handen een krans en een palmtak, beide symbolen van de Romeinse victorie. Op de oudste munten uit Myra, van de derde eeuw v.o.j., is Artemis al afgebeeld. In Myra bevond zich een belangrijke munterij.

Een van de vele Tyches, beschermster van de stad, met stadstoren op het hoofd.
De havenstad van Myra was het nabijgelegen Andriake, een plaats die ook figureert in de nicolaaslegenden. Andriake was vooral een belangrijke overslaghaven voor het graantransport van heel Alexandrië.
Tyche is bewaard gebleven in de gestalte van Barbara, de heilige met de toren, ook wel bekend als de 'vrouw van Sinterklaas'. Van de grote tempel van Artemis in Myra is helaas niets meer terug te vinden.

Nicolaas verschijnt in een droom aan de keizer Constantijn. Hij lijkt op een gevleugelde Nike.

Sarcofaag van Nicolaas.
In de kerk is de vermeende sarcofaag van de heilige nog te vinden, maar veel botten liggen er niet meer in, want die zijn nu in Bari. Maar nu de restauratie van de kerk onlangs is voltooid trekt hij wel weer heel wat bezoekers.
Het heeft er wat van weg dat sinterklaas een personificatie is van de overwinning van Constantijn op zijn tegenstanders en de invoering van het christendom door deze keizer. De sinterklaaslegendes delen veel mee over het christendom van Constantijn, maar historisch blijkt dit niet te kloppen. Constantijn schafte weliswaar de Romeinse godsdienst af en nam deel aan pogingen de conflicten met het christendom te beëindigen, misschien als onderdeel van zijn strategie om eenheid in het rijk af te dwingen en een einde te maken aan de voortdurende conflicten. Hij behield echter de cultus die de staat en de keizers vergoddelijkte. De verpersoonlijkte attributen waarmee de staat werd verheerlijkt, zoals Victoria/Nike, Gloria, Pietas, Clementia, Concordia, Pax, Aeterna en vele anderen bleven prominent onderdeel van de keizercultus. Ook de eerste christelijke keizers na Constantijn werden zelf nog vergoddelijkt. Bovendien was het christendom van de eerste christelijke keizers Ariaans, precies het christendom waar de heiligman zich zo tegen verzette.
Het idee dat het Romeinse rijk christelijk was sinds Constantijn is nogal overdreven of misschien zelfs onwaar, en werd pas in een latere tijd benadrukt, door de werkelijkheid een beetje aan te passen. De geschiedschrijver Eutropius vermeldt in zijn Breviarium historiae Romanae bijvoorbeeld helemaal niets over Constantijns liefde voor het christendom. Wel zegt hij dat Constantijn na zijn dood terecht en verdiend onder de goden was opgenomen.
De attributen die aanvankelijk dienden om het Romeinse rijk te verheerlijken, werden geleidelijk opgenomen in het christendom, alsof het nooit anders was geweest. De legendes over de christelijke bisschop Nicolaas van Myra maken eveneens deel uit van de aangepaste werkelijkheid, die pas later duidelijk gestalte kreeg. Hierbij is sinterklaas in veel opzichten te associëren met naamgenoten Nike en Nicea.
Gebruikte Tags: artemis, barbara, basiliek, bisschop, constantijn, katholiek, kerk, legende, myra, nicea, nicolaaskerk, victoria
Dit artikel is 1873 keer gelezen.